|
|
Op deze pagina gaat het over de informatie die je GPS je geeft tijdens het lopen van je wandelroute.
Dat gebeurt aan de hand van de schermen van de Garmin eTrex Summit. Andere GPS-en laten soortgelijke schermen zien.
De onderstaande schermplaatjes zijn copyright Garmin.
Het eerste wat je moet doen voordat je met je GPS aan de wandel kunt is het maken van een aantal basis
instellingen en uiteraard het laden van de route. Voor meer informatie daarover kun je kijken op de pagina
handleiding.
Eerst het "pointer scherm'. Dat lijkt wel wat op een kompas. Vorige keer heb ik al uitgelegd dat een GPS
route bestaat uit een soort van Klein Duimpje kruimelspoor. De kruimels heten waypoints, en een serie
kruimels achter elkaar maken een route: je loopt van waypoint naar waypoint. Die waypoints kun je ook
nog zelfgekozen namen geven.
In het plaatje hiernaast heet het waypoint CABIN. De hut waarnaar deze GPS gebruiker/ster blijkbaar onderweg
is, is nog 1,73 mijl in west noord westelijke richting (305 graden) van hem verwijderd. Ook kun je zien met
welke snelheid de gebruiker beweegt: 20 mijl/uur, het gaat dus kennelijk niet om een wandelaar hier.
Ook kun je zien dat bij deze snelheid de GPS gebruiker nog 5 minuten en 12 seconden nodig zal hebben
om bij de CABIN aan te komen. Je kunt overigens de snelheden en afstanden ook in kilometers en
meters laten weergeven.
Hiernaast zie je een scherm dat tijdens je wandeling zelf "produceert". De GPS laat zien waar je
gelopen hebt. Dat is het kronkelspoor van BOAT via TRAIL en CAMP naar PEAK. Zo'n kronkelspoor heet
in het GPS jargon een track. Tevens zie je in de linkerbovenhoek weer in welke richting je loopt
(noord west) en in de linker onderhoek zie je wat de schaal is waarop de afgelegde route geplot wordt:
het aangeduide streepje is een kaartafstand van 0,8 mijl.
Helaas is op dit scherm het belangrijkste niet te zien: de routestreep. Daarvan waren op de site van Garmin geen afbeeldingen
te vinden. Stel je echter voor dat BOAT, CAMP, TRAIL en PEAK waypoints zijn, dan zou je op het scherm een zigzag
strepenlijn strepen gezien hebben die deze punten onderling verbindt. In de werkelijkheid lopen de wegen natuurlijk nooit
helemaal kaarsrecht tussen deze punten, een routestreep is dan ook een vereenvoudigde weergave van je wandeling.
Op dit voorbeeldschermpje lopen ze overigens wel erg krom, dat maak je nu ook weer zelden mee.
Het handige van een routestreep en een track samen op een scherm is dat je het vrijwel onmiddellijk ziet als je fout loopt,
dat wil zeggen een andere track produceert dan de routestreep.
Op bijgaand plaatje zie je een detail van een wandeling, afgebeeld met behulp van Oziexplorer. Een soortgelijk
plaatje maakt je GPS tijdens de wandeling in het
map scherm. De rode streep is de geplande route, de lichtblauwe de track. De rest is de wandelkaart.
Zoals je ziet heeft de wandelaar bij punt 5 even niet goed op de GPS gekeken, en is daardoor een afslag naar rechts
voorbij gelopen. Geen nood, 100 meter verderop zie je alsnog dat de track streep van de routestreep begint
af te wijken. In plaats van terug te lopen (had ook gekund, maar is minder leuk) ga je bij het eerstvolgende paadje
rechts en bij punt 7 wordt de route weer opgepakt.
Tot slot nog een mooi scherm voor de bergwandelaar. Op dit scherm kun je allereerst zien hoe hoog je bent (9300 feet),
wat je klimtempo is (3 feet/minute). Daarnaast zie je in grafiekvorm de heuvels en dalen die je al achter je hebt gelaten,
met ook hier weer een schaalaanduiding onder het plaatje: de breedte van het scherm is 1 mijl. Tenslotte zie je
nog hoeveel je al geklommen hebt (1580 feet). Je kunt overigens ook in beeld brengen hoeveel je gedaald bent.
Het prettige van dit scherm is niet alleen dat je thuis met behulp van 'hard evidence' kunt opscheppen over al die
reusachtige cols die je beklommen hebt. Het is ook heel fijn dat je onderweg weet hoever je nog van de top van de
heuvel die je oploopt verwijderd bent.
Na een paar dagen bergwandelen leer je ook de waarde kennen van de aanduiding van het gemiddelde klimtempo
(hier 3 feet/minute). Je bent namelijk nogal eens geneigd om er 's morgens uitgerust weer lekker tegenaan
te gaan, maar als je de dag tevoren gemerkt hebt dat je met een tempo van 9 meter/minuut snel
'opgebrand' bent, weet je dat je je beter kunt houden aan bijvoorbeeld 7 feet/minute. Dat hou je dan langer vol.

terug
|
|
|